Het testen van uw bloedglucose

Testen van uw bloedglucose, ook gekend als Self-Monitoring van Bloedglucose (SMBG), is een methode om te controleren hoeveel glucose (suiker) er aanwezig is in het bloed met behulp van een glucosemeter - overal en altijd.

Hier leert u de basis over:

  • Objectieven van bloedsuiker voor volwassenen
  • Hoe uw arts uw bloed test
  • Het belang van zelf-testen
  • Wanneer testen en waarop letten
  • Hoe u de resultaten met uw arts kunt delen

Objectieven voor bloedsuiker voor niet-zwangere volwassenen2
Voor de maaltijd: Tussen 4.4 -7.2 mmol/L
Na de maaltijd: Minder dan 10.0 mmol/L

Hoe uw arts uw bloed test -- de A1C test
Uw arts gebruikt wat men een A1C (geglyceerd hemoglobine) test noemt, om te zien wat uw gemiddelde bloedsuikerspiegel was over de voorbije twee tot drie maanden.
De test wordt zowel gebruikt voor diabetes Type 1 als Type 2 en het geeft u en uw arts een indicatie van de mate waarin u reageert op uw behandelingsschema en of er aanpassingen nodig zijn. Het doel is om uw gehalte onder de zeven procent (7%) te houden.2 De A1C-test wordt ook soms de hemoglobine A1C, HbA1c of glycohemoglobinetest genoemd.
Het verband tussen A1C en de gemiddelde bloedsuikerspiegels.(3)

A1C bloedsuikerspiegels

Het belang van zelf-testen
Uw A1C-testresultaat toont u niet de dagelijkse invloed van uw voedingskeuzes en uw activiteit. Een bloedglucosemeter is de beste manier om het onmiddellijke effect van voedingskeuzes en activiteit op uw bloedsuikerspiegel te observeren en op te volgen. Dit laat u toe om onmiddellijk actie te ondernemen om uw glucosegehalte binnen het bereik te brengen indien nodig. Uw arts zal zich ook baseren op de bloedglucoseresultaten van uw glucosemeter om uw behandelingsschema te bepalen en aan te passen.

Wanneer testen en waarop letten - een praktische gids
Gebruik deze eenvoudige grafiek om u eraan te herinneren wanneer u moet testen en waarop u moet letten, om u te helpen bij uw dagelijkse bloedglucosebeheer.

Wanneer testen Waarop letten
Vroeg in de ochtend, voordat u eet Hoe heeft uw lichaam/de medicatie uw bloedglucose 's nachts gereguleerd?
Voor elke maaltijd Hoe beïnvloedt uw keuze van voeding en de portie uw bloedglucose?
Hoe werkt uw medicatie om uw bloedglucose te beheren als u eet?
Op welke manier zou u uw keuze van voeding en de porties moeten aanpassen in de toekomst?
Twee uur na de maaltijd Is uw bloedglucose terug binnen het doelbereik na een maaltijd?
Voor een fysieke activiteit Heeft u een versnapering nodig vooraleer u aan een activiteit begint?
Tijdens en na de fysieke activiteit Welke invloed heeft een fysieke activiteit op uw bloedglucose?
Heeft uw activiteit een vertragend effect op uw bloedglucose?
Als u zich ziek of gestresst voelt Heeft uw ziekte of stress een invloed op uw bloedglucosegehalte?
Voor het slapengaan Heeft u een versnapering nodig voor het slapengaan?
Zoals voorgesteld door uw professionele zorgverlener Hoe goed werkt uw medicatie?
Voor het autorijden Ligt uw bloedsuikerspiegel binnen een veilig bereik om te rijden?

U moet uw bloed vaker testen als:

  • U tekenen voelt van hypoglycemie (lage bloedsuikerspiegel) of hyperglycemie (hoge bloedsuikerspiegel); de tekenen en symptomen zijn hieronder weergegeven.
  • Een nieuw geneesmiddel werd voorgeschreven.
  • De dosis van uw medicatie werd aangepast.
  • U een nieuwe voedingsvariante in uw maaltijden aanbrengt.

Lage bloedsuikerspiegel – hypoglycemie
Hypoglycemie betekent "lage bloedglucose". Het wordt soms "hypo" genoemd en het kan op elk moment van de dag of de nacht optreden. U leidt aan hypoglycemie als uw lichaam niet voldoende suiker heeft om als energiebron te gebruiken: of als uw bloedsuikerspiegel 3.9 mmol/L of minder bedraagt.
Tekenen en symptomen van lage bloedsuiker omvatten:

  • Plotselinge, extreme honger
  • Hoofdpijn
  • Wazig zicht
  • Beven
  • Zwakte/ vermoeidheid
  • Koud zweet
  • Snelle hartslag
  • Angst/nervositeit
  • Prikkelbaarheid

Wat moet u doen als uw bloedsuikerspiegel te laag is:

  • Controleer uw bloedsuiker om te bevestigen dat uw bloedsuikerspiegel 3.9 mmol/L of lager is.
  • Pas de 15/15 regel toe:
    - Eet 15 gram snelwerkende koolhydraten, bijvoorbeeld: een glas vruchtensap, drie tot vier koffielepels (1 soeplepel) suiker in water of vijf tot zes harde snoepjes.
    --Of-- u kunt een glucosegel of glucosetabletten nemen (kijk op het etiket voor een hoeveelheid van 15g)
    - Wacht 15 minuten en controleer uw bloedsuiker opnieuw.
    - Als uw bloedsuikerspiegel nog steeds laag is, ga dan verder met:
    -- Alterneren van 15 gram glucose met 15 minuten wachten om uw bloedglucose te testen tot die een aanvaardbaar niveau bereikt.
  • Zorg ervoor dat u zeker de volgende maaltijd eet om een nieuwe lage bloedsuikerreactie te vermijden.
  • Als de symptomen aanhouden, bel dan uw arts.

Hoge bloedsuikerspiegel: hyperglycemie
Een hoog bloedsuikerspiegel kan voorkomen als uw voeding, activiteit en medicatie niet in evenwicht zijn: teveel voeding, onvoldoende activiteit en niet voldoende medicatie. Het kan ook gebeuren wanneer u zich niet goed voelt of onder stress staat. Bij hoge bloedsuikerspiegels kunt u gevoeliger zijn voor infecties. En een infectie kan uw bloedsuikerspiegel nog meer doen stijgen.

Tekenen van hyperglycemie
Hyperglycemie of een hoog bloedsuikerspiegel is de hoofdindicator van diabetes en daarom zijn de symptomen dezelfde als die van diabetes. Deze houden het volgende in:

  • Frequent urineren
  • Overmatige dorst en/of honger
  • Droge mond
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies
  • Wazig zicht
  • Gebrek aan energie en extreme vermoeidheid

Wat moet u doen als u een hoog bloedsuikerspiegel hebt:

  • Bel uw arts om te zien of er een verandering van medicatie nodig is.
  • Controleer regelmatig uw bloedglucose.
  • Drink meer water om het teveel aan suiker uit uw bloed te helpen draineren met de urine.
  • Oefen een gematigde lichaamsbeweging uit als uw bloedglucose lager is dan 16.7 mmol/L.
  • Oefen geen lichaamsbeweging uit als uw bloedsuikerspiegel hoger is dan 16.7 mmol/L en er ketonen gevonden zijn in uw urine.
  • Verminder de porties van de voeding in de volgende maaltijden.

Bijhouden van uw bloedglucoseresultaten:

  • Houd een logboek bij de hand waarin u manueel uw bloedglucosemetingen kunt bijhouden.
  • U kunt logboeken vinden op het kabinet van uw arts, in verzorgingscentra; en zelfs online. U kunt er hier één downloaden.
  • Houd altijd uw logboek up to date en neem het mee als u uw arts bezoekt zodat hij en uw verzorgingsteam een duidelijker beeld krijgen van uw bloedglucoseprofiel, wat hen dan weer zal helpen bij het voorschrijven van het juiste behandelingsschema.




2. American Diabetes Association. (ADA) Glycemic Targets Sec. - In Standards of Medical Care in Diabetes - 2016. Diabetes Care 2016; 39 (Suppl. 1): S43.
3. A1c/eAG – ADA Diabetes Advisor series www.diabetes.org – accessed April 4, 2016.

4
op basis van 1 .