Voeding
Voedingsgewoonten spelen een belangrijke rol bij het onder controle houden van diabetes, maar voor vele jonge mensen lijkt het een haast onoverkomelijk probleem om de juiste voedingsgewoonten aan te nemen en op regelmatige tijdstippen te eten. Dat hoeft niet zo te zijn. Door enkele eenvoudige richtlijnen te volgen en ervoor te zorgen dat een gezonde voeding gewoon deel uitmaakt van uw dagelijks leven, bent u al snel verlost van het gepieker over 'het overtreden van de regels'. Zo kunt u zich volledig concentreren op de lekkernijen die u vanavond weer gaat verorberen. Per slot van rekening moet u plezier beleven aan wat u eet!
Mensen met diabetes moeten suiker van het menu schrappen, toch?
Fout. Nieuw onderzoek toont aan dat diabetici kunnen genieten van eten en tegelijk een gezond, actief leven leiden. Gezond eten lijkt misschien een hele opgave, maar voedingsmiddelen met een beperkte hoeveelheid suiker zijn vaak geen probleem. Het is belangrijk dat u weet hoeveel koolhydraten er in voedingsmiddelen zitten en hoe zij de bloedsuiker beïnvloeden. Dit helpt uw kind om zijn diabetes onder controle te houden. Maar vergeet nooit dat eten niets te maken heeft met geneesmiddelen innemen. Maaltijden moeten leuk zijn voor het hele gezin! Een voedingsspecialist kan uw kind helpen om een eetplan op te stellen. Hieronder vindt u al enkele vuistregels.
In het verleden kregen diabetespatiënten een erg strikt dieet voorgeschreven, vooral op het vlak van koolhydraten. Alles waar suiker in zat, was verboden. Dit gaf mensen met diabetes een schuldgevoel wanneer ze een keertje 'de regels overtraden'. Het werd diabetici afgeraden om te doen zoals iedereen, d.w.z. om af te wisselen en zichzelf nu en dan een zoete verwennerij toe te staan. Sommigen beschouwden dit zelfs als 'zondigen'. Dit is echter een verouderde en ongeschikte benadering. Wie voedingsmiddelen met een beperkte hoeveelheid suiker eet, blijkt het niet moeilijker te hebben om zijn bloedsuikerspiegel onder controle te houden.
Strikt vasthouden aan bepaalde etensuren en voedingsmiddelen is meestal niet nodig, vooral wanneer u vóór de maaltijd insuline injecteert (bij een behandeling met meerder injecties of een insulinepomp). Toch zijn een regelmatig voedingspatroon en een goede kennis van het koolhydratengehalte belangrijk. Vele mensen met diabetes leiden een druk en afwisselend leven, genieten van eten en houden hun bloedsuikerspiegel toch goed onder controle. Naarmate u meer weet over koolhydraten in voedingsmiddelen en hun effect op uw bloedsuikerspiegel, krijgt u uw diabetes beter onder controle.
Het is belangrijk dat u op uw voeding let, ook als u geen diabetes hebt. Het is echter belangrijk dat u een verschil blijft maken tussen voeding en medicatie. Eten moet er goed uitzien en lekker zijn. Maaltijden moeten gezellige momenten zijn, u moet kunnen genieten van eten en er een voldaan gevoel aan overhouden. Bent u obsessief bezig met 'gezond eten' en sluit u al de rest uit, dan beleeft u er geen plezier meer aan. U kunt beter met een diëtist bespreken wat u wel of niet mag eten. Hij kan u helpen met het opstellen van een maaltijdplanning, rekening houdend met de etenstijden, routines en voorkeuren van uw gezin. "Eet nooit dingen waar je niet van houdt", zegt de Britse diëtiste Sherry Waldron.
"Wat mag ik eten?" "Wat moet ik vermijden?" Mensen die pas te horen kregen dat ze aan diabetes lijden, stellen zich vaak deze vragen. Na een eerste gesprek met een diëtist luidt de reactie meestal: "Gelukkig mag ik nog bijna alles eten wat ik vroeger at." Het is goed om het hele gezin vanaf het begin bij de nieuwe voedingsgewoonten te betrekken. In een Finse studie over jonge kinderen met diabetes type 1 gingen alle gezinsleden meer afgeroomde melk, vetarme kaas en vetarme vleeswaren eten. Ze aten ook meer groenten en fruit.
Bij het voedingsadvies wordt steeds uitgegaan van de vereisten die voor alle gezonde kinderen en adolescenten gelden. Kinderen tussen 6 en 12 moeten hun energie-inname verdubbelen om genoeg te kunnen groeien. In die periode moeten ze meer energie- en eiwitrijke voedingsmiddelen eten. Bouwen ze deze energie-inname echter niet af na het einde van hun groeispurt, dan lopen ze het risico om overgewicht te krijgen. Op dit ogenblik zijn er geen wetenschappelijk gronden om vitamine- of mineralensupplementen aan te bevelen.
Opname van koolhydraten
Pas wanneer het voedsel in de darmen is terechtgekomen, kan de glucose die het bevat in de bloedbaan worden opgenomen. De glucose kan niet via de mondwand worden opgenomen, zoals vroeger werd aangenomen. Het voedsel wordt naar de darmen gevoerd via de onderste maagopening. Daar zit een speciale sluitspier (de sfincter') die als een soort poort naar de darmen fungeert. De sluitspier laat alleen zeer kleine stukjes door. Samengestelde koolhydraten moeten eerst worden opgesplitst in enkelvoudige suikers vóór ze in de bloedbaan kunnen worden opgenomen. De lengte van de koolhydraatketens lijkt daarbij niet zo belangrijk te zijn als vroeger werd aangenomen, aangezien het splitsingsproces vrij snel verloopt. De enzymen in de darmwand splitsen de enkelvoudige koolhydraten terwijl de amylasen - een groep van enzymen die in het speeksel en de pancreas zitten - de complexe koolhydraten en zetmelen verwerken. Zetmeelvezels kunnen in de darmen niet worden opgesplitst in koolhydraten. Vroeger werd een onderscheid gemaakt tussen snel- en traagwerkende koolhydraten, waarbij het verschil voornamelijk gebaseerd was op de grootte van de molecule. Het is echter juister om te spreken van snelwerkende en langwerkende voedingsmiddelen. Om hun invloed op de bloedsuikerspiegel te bepalen, moet rekening worden gehouden met de samenstelling, het vezelgehalte en de bereidingswijze en niet alleen met het gehalte aan zuivere suiker. De 'glycemische index' (GI) geeft de invloed van de verschillende voedingsmiddelen op de bloedsuikerspiegel aan.
Uit recente studies blijkt dat het voedingsvezelgehalte en de partikelgrootte een erg belangrijke rol spelen. Zetmelen uit groenten worden trager afgebroken dan zetmelen uit brood. Zetmelen uit aardappelen worden snel afgebroken tot glucose. Zetmelen uit pastaproducten worden veel trager afgebroken, zelfs wanneer ze met witte en dus vezelarme bloem werden bereid. Ook het aantal kauwbewegingen en de grootte van de partikels die u doorslikt, hebben een invloed op de manier waarop uw bloedsuikerspiegel reageert. Industrieel bereide aardappelpuree wordt verkocht als een fijn poeder dat met vloeistof moet worden vermengd. De glucose uit aardappelpuree wordt even snel opgenomen als een glucoseoplossing. Pasta en rijst worden in grotere happen doorgeslikt en moeten worden verteerd vóór ze kunnen worden opgenomen. Zo zal ook een volledige appel de bloedsuikerspiegel trager doen stijgen dan een glas appelsap. Dat bevat kleinere partikels en wordt in vloeibare vorm ingenomen. Verhitting doet zetmelen ontbinden, wat de suikers toegankelijker maakt en sneller doet verteren. Industrieel bereide voedingsmiddelen werden meestal op hogere temperaturen verhit, waardoor ze de bloedsuikerspiegel sneller doen stijgen dan thuis bereide maaltijden. Industrieel bereide babyvoeding en halffabrikaten (soms gebruikt door scholen) kunnen de bloedsuikerspiegel meer doen stijgen dan vergelijkbare maaltijden die thuis werden bereid.
Onverteerbare koolhydraten (voedingsvezels) kunnen door de darmen niet worden afgebroken en hebben dus geen invloed op de bloedsuikerspiegel. Het koolhydratengehalte dat op het etiket van een voedingsmiddel vermeld staat, kan misleidend zijn omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen verteerbare en onverteerbare koolhydraten. Uw diëtist kan dit verder met u bespreken.
Deze informatie is gebaseerd op het interessante boek van dr. Ragnar Hanas Type 1 Diabetes in children, adolescents and young adults (Type 1 diabetes bij kinderen, tieners en jong volwassenen) dat in mensentaal uitlegt wat diabetes precies is. Klik hier om exemplaren van dr. Hanas' boek online te bestellen. (enkel beschikbaar in het Engels)











