Praat met je diëtist over het afstemmen van je voedselinname op je insulinedosissen. Door te lijnen kan je als diabetespatiënt makkelijk in een vicieuze cirkel terechtkomen. Als je insuline toedient, moet je ook iets eten, zelfs als je geen honger hebt. Probeer minder te eten en tegelijk de hoeveelheid insuline te verminderen die je jezelf toedient.
Het kan moeilijk zijn om het juiste evenwicht te vinden tussen insuline en eten. Soms weet je niet precies van welke voedingsmiddelen je het best wat minder eet. Schrijf gedurende drie dagen alles op wat je eet en noteer de precieze hoeveelheden. Vergeet niets: eten, drank, snoep, ijsjes, enz. Vraag je diëtist om de energie-inname te berekenen. Hij/zij kan je adviseren hoe je de hoeveelheid vet en calorieën kunt verminderen. Als je minder gaat eten, loop je risico om een hypo te krijgen. In dat geval moet je de situatie weer rechtzetten.
De volgende dag zou je kunnen proberen om minder te eten en tegelijk minder insuline te nemen zodat je op een verstandige manier kunt afslanken. Vergeet niet om te controleren of je bloedsuikerspiegel inderdaad laag is (minder dan 3,5-4,0 mmol/l) vóór je iets extra's eet. Zorg ervoor dat je niet te veel eet als je bloedsuikerspiegel te laag is. Tien tot vijftien gram glucose volstaan meestal. Wacht vervolgens 10-15 minuten vóór je nog iets eet (zelfs als je nog honger hebt). Zo krijgt je bloedsuikerspiegel de tijd om te stijgen. Vermijd om te snel gewicht te verliezen. Een langzame, gestage gewichtsafname is te verkiezen boven snel gewichtsverlies door je voedselinname tot een minimum te beperken. Meestal is 1 tot 3 kilo per maand voldoende. Dit lijkt misschien niet veel, maar op een jaar tijd ben je op die manier heel wat kilootjes kwijt! Helemaal niet eten kan gevaarlijk zijn voor een diabetespatiënt. Het wordt dan ook ten stelligste afgeraden.