Reizen is voor vele mensen een belangrijk onderdeel van het leven. Je hoeft het reizen niet op te geven omdat je diabetes hebt. Als je over alles grondig nadenkt en de reis vooruit plant, is geen enkele bestemming of manier van reizen onmogelijk. Je moet tijdens de reis wel in staat zijn om je bloedsuikerspiegel te meten en je moet je insulinedosis afstemmen op de gewijzigde omstandigheden. Alleen zo kan je je diabetes goed onder controle houden.
Op reis moet je je bloedsuikerspiegel regelmatiger controleren. Hij kan gestegen zijn als je in de wagen of het vliegtuig hebt stilgezeten en je meer koolhydraten hebt gegeten dan gewoonlijk. Ook de opwinding die gepaard gaat met het bezoeken van een nieuwe stad of een nieuw land kan je bloedsuikerspiegel de hoogte injagen.
Neem altijd minstens twee- tot driemaal zoveel insuline mee als je denkt nodig te hebben. Stop de insuline en de pennen of injectienaalden in je handbagage en neem een extra set in een andere tas mee voor het geval je één tas verliest. Stop geen insuline in de bagage die je incheckt: op grote hoogte kan de temperatuur in de bagageruimte van het vliegtuig tot onder het vriespunt dalen. Bovendien loop je altijd het risico dat je bagage zoek raakt of te laat aankomt. De röntgenstraling bij de veiligheidscontrole heeft geen invloed op je insuline. Het is belangrijk dat je een of ander pasje bij je hebt waaruit blijkt dat je diabetes hebt. De douanebeambten kunnen hiernaar vragen.
Meestal kan je in het buitenland zonder enig probleem insuline kopen in een apotheek als je kunt aantonen dat je diabetes hebt. Neem een kaartje mee waarop je dosis, de concentratie en het merk van de insuline vermeld staan, of neem de originele verpakking mee waarop alle farmaceutische informatie staat. Soms kan je je insuline niet de hele tijd in een koelkast bewaren, maar tijdens een korte reis is dat meestal geen probleem, zolang de temperatuur onder 25-30°C blijft. Denk eraan dat het op zonnige dagen extreem warm kan worden in een afgesloten auto (tot 50°C). Gebruik op warme dagen een thermoskan of iets dergelijks die je met koud water vult (koel het met ijs vóór je de insuline erin doet). Denk eraan dat insuline sneller wordt opgenomen op de plaats waar je ze inspuit als je het erg warm hebt, zodat je onverwacht een hypo kunt krijgen.
Insuline die bevroren is geweest, verliest haar werking. Laat op skivakantie geen insuline achter in de wagen. Bewaar de flacons of de peninjector in een binnenzak als het buiten vriest. Beschadigde insuline wordt vaak troebel of klonterig en krijgt soms een bruinachtige kleur. Sommige teststrips geven een te hoog resultaat aan wanneer het buiten erg warm is, en een te laag resultaat wanneer het heel koud is. Vele glucosemeters geven een speciale melding weer als het te warm of te koud is.
Denk eraan dat sommige landen met andere insulineconcentraties werken (meestal 40 IE/ml). Als je insuline van 100 IE/ml gebruikt met spuiten die voor 40 IE/ml bedoeld zijn of omgekeerd, kan je in de problemen komen. De insulineconcentratie die je moet gebruiken, staat op de zijkant van de spuit vermeld. Heb je geen insuline meer, dan kan je beter tegelijk spuitjes en insuline voor 40 IE/ml kopen als je geen insuline van 100 IE/ml vindt. Je kan je gewone dosis blijven gebruiken als je gewend bent in eenheden te tellen. De eenheden zijn dezelfde en je krijgt ongeveer hetzelfde effect met insuline van 40 IE/ml als met insuline van 100 IE/ml. Het enige verschil is dat insuline van 40 IE/ml een beetje sneller kan beginnen te werken.
De bloedsuikerspiegel wordt in sommige landen in mg/dl en in andere landen in mmol/l uitgedrukt.
1 mmol/l = 18 mg/dl 100 mg/dl = 5,6 mmol/l
Neem altijd dextrose en glucagon mee als je gaat reizen, zeilen of trekken. Met glucagon kan je een ernstige hypoglycemie behandelen, ook als je je op grote afstand van elke medische hulp bevindt. Leg je reisgenoten uit hoe en wanneer dextrose en glucagon moeten worden gebruikt.
Inentingen
Er zijn geen speciale beperkingen op inentingen of gammaglobuline-injecties voor mensen met diabetes. Het is zelfs bijzonder belangrijk dat je alle aanbevolen inentingen krijgt, aangezien ziektes vaak problematische gevolgen hebben voor het onder controle houden van diabetes. Het is verstandig om je te laten inenten tegen hepatitis A, tyfus en andere ziekten die diarree veroorzaken als je naar gebieden reist waar die ziekten voorkomen. Je kan je best ruim op voorhand laten inenten, omdat je van sommige vaccins enkele dagen koorts kan ondervinden, wat een invloed heeft op je bloedsuikerspiegel.
Ziek in het buitenland?
Denk eraan om de documenten van je ziekenfonds mee te nemen, zodat je een terugbetaling kunt aanvragen als je ziek zou worden. Lees ook de kleine lettertjes van je polis, zodat je weet of de verzekering ook tussenkomt bij een verergering van je diabetes, dan wel of ze alleen acute ziekten dekt.
Als inwoner van een EU-lidstaat heb je ook de Europese Zorgpas nodig. Vraag je arts hoe je die kunt aanvragen.
Zeg altijd dat je diabetes hebt als je in het buitenland een dokter nodig hebt. Als je ziek wordt in een land buiten West-Europa en Noord-Amerika, moet je proberen alle chirurgische ingrepen, bloedtransfusies en injecties zoveel mogelijk te vermijden. Heb je medicatie nodig, vraag dan pillen in plaats van inspuitingen. Probeer ook zo veel mogelijk tandheelkundige behandelingen te vermijden, omdat die een verhoogd risico op bloedinfecties inhouden.
Diarree
Profylactische antibioticabehandelingen ter voorkoming van diarree op vakantie zijn een veelbesproken punt. Aangezien diabetici problemen kunnen krijgen met hun bloedsuikerspiegel en het afstemmen van hun insulinedosis als ze ziek zijn, zijn sommige artsen geneigd om een preventieve behandeling voor diarree voor te schrijven. Die kan worden genomen tijdens een korte reis (maximaal drie of vier weken) naar gebieden met een hoog risico (Afrika, Azië of Latijns-Amerika) en biedt een bescherming van 70-90%. Zonder deze behandeling heeft een reiziger 25 tot 35% kans om een diarree-infectie op te lopen. Op langere reizen mag je alleen antibiotica nemen als je echt diarree hebt. Je kan deze antibiotica best van thuis meenemen. Koop liever geen antibiotica ter plaatse omdat je dan misschien niet precies weet wat je krijgt waardoor het risico op nevenwerkingen groter is. Gezien de risico's op een maagdarmontsteking moet je in bepaalde landen vermijden om water te drinken, als je er niet zeker van bent dat het helemaal zuiver is. Vermijd steeds kraantjeswater (zelfs bevroren, bv. ijsblokjes!). Fleswater en frisdranken (cola en dergelijke) zijn meestal veiliger. Een orale rehydratieoplossing is een goed alternatief als je je misselijk voelt of moet braken.
Reis je in primitieve omstandigheden, dan moet je het water desinfecteren met waterzuiveringstabletten of door het te koken.
Als je onvoldoende drinkt terwijl je in de hitte rondloopt, loop je risico op uitdroging. Daardoor wordt de insuline trager opgenomen. Als je dan achteraf goed drinkt, wordt er weer meer insuline opgenomen en kan je een ernstige hypo krijgen. Bij een hoge bloedsuikerspiegel (boven de nierdrempel) begin je ook meer vocht te verliezen omdat je vaker moet plassen.
Naar andere tijdzones reizen
Als je naar andere continenten reist, moet je rekening houden met het tijdsverschil. Reis je naar het westen, dan wordt je dag langer (omdat het op je bestemming vroeger is), en reis je naar het oosten, dan word je dag korter (omdat het op je bestemming al later is). Om je totale insulinedosis voor de reisdag te berekenen, moet je ze per uur tijdverschil met twee tot vier procent verhogen of verlagen. Afhankelijk van je normale fysieke activiteiten tijdens de dag kan het nodig zijn om je insulinedosis lichtjes te verhogen omdat je op het vliegtuig de hele dag zult stilzitten. Neem je het vliegtuig, vraag dan geen speciale diabetesmaaltijd. Meestal is die niet erg lekker en bevat ze een te kleine hoeveelheid koolhydraten. Je kan je insulinedosis beter gewoon aanpassen aan de maaltijd die je aan boord krijgt.
Door de drukverschillen in een vliegtuig kunnen er zich makkelijk luchtbellen vormen in de penampullen. Om dit te voorkomen, moet je de naald onmiddellijk na elke injectie verwijderen. Zitten er luchtbellen in, zorg er dan voor dat je die verwijdert vóór je jezelf na de landing een injectie toedient. Het is normaal dat je je wat moe voelt zolang je je niet aan de nieuwe tijdzone hebt aangepast ('jetlag'). Het duurt meestal enkele dagen vóór je weer evenveel energie hebt als gewoonlijk en vóór je weer normaal kunt slapen.
Behandeling met twee of meerdere injecties
Hoe je je insuline neemt, hangt af van waar je naartoe reist: naar het oosten of naar het westen. Als je met twee of met meerdere injecties per dag wordt behandeld, kan het moeilijk zijn om de dosis op een kortere of langere dag af te stemmen. Het is dan ook verstandig om dit vooraf met je medisch team te bespreken, zodat je er zeker van bent dat je behandeling goed op je reis is afgestemd.