Hieronder vindt u de antwoorden op enkele veelgestelde vragen over AST (testen op andere plaatsen dan de vinger). Informatie over uw meter vindt u in de andere veelgestelde vragen of in de handleiding van uw meter.
Testen op de onderarm
Wat kunt u me vertellen over testen op de onderarm?
Wat is het meest geschikte tijdstip om te testen op de onderarm?
Waarom geven tests op de onderarm en op de vingertoppen een ander resultaat?
Hoeveel bedraagt het procentuele verschil tussen het resultaat van een test op de onderarm en het resultaat van een test op de vingertoppen?
Wat moet ik doen als ik een verschil van meer dan 20% vaststel tussen het resultaat van de onderarm en dat van de vingertoppen?
Welk resultaat moet ik gebruiken om de dosis van mijn medicatie te berekenen als er een verschil is tussen het resultaat van de onderarm en dat van de vingertoppen?
Kan de grootte van het bloedmonster het resultaat beïnvloeden?
Kunnen bepaalde geneesmiddelen of medische aandoeningen de resultaten van de tests op de onderarm beïnvloeden, terwijl dit niet het geval is bij tests op de vingertoppen?
Is een nuchtere test vereist om het resultaat van een bloedsuikertest door het labo te kunnen vergelijken met het resultaat van een bloedglucosemeter op basis van een bloedmonster uit de onderarm?
Kan het resultaat van een bloedmonster uit de onderarm vergeleken worden met het resultaat van een andere meter op basis van een bloedmonster uit de onderarm of vingertop?
Kunnen problemen met de bloedsomloop de resultaten beïnvloeden?
Kan de hematocrietwaarde de resultaten beïnvloeden?
Testen op de onderarm
Wat kunt u me vertellen over testen op de onderarm?
Door op de arm te testen, kunt u de gevoelige vingers van uw patiënten wat rust gunnen. Er zitten minder zenuwuiteinden in de arm, zodat het testen daar minder pijn doet. Ongeveer driekwart van de patiënten bij wie op de arm werd getest, verklaarde geen pijn te hebben ervaren of toch veel minder dan bij een vingertest.
Vóór patiënten met bloed uit de arm beginnen te testen, moeten zij hierover met een medische zorgverlener gaan praten.
In bepaalde omstandigheden kunnen patiënten op basis van een bloedmonster uit de arm een heel ander resultaat krijgen dan op basis van een bloedmonster uit de vinger.
De kans op verschillen tussen de bloedsuikerresultaten op basis van bloed uit de arm en uit de vinger is het grootst op momenten waarop de bloedsuikerspiegel snel verandert zoals na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning.
Minder dan twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning, of op andere momenten waarop de bloedsuikerspiegel snel kan veranderen, moeten uw patiënten voor hun tests bloed uit de vinger gebruiken.
Tests met bloedmonsters uit de onderarm zijn alleen geschikt net vóór of meer dan twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Wat is het meest geschikte tijdstip om te testen op de onderarm?
Tests op de onderarm gebeuren het best net vóór of meer dan twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning.
Patiënten moeten daarentegen bloed uit hun vinger gebruiken wanneer ze minder dan twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning testen, of op andere momenten waarop de bloedsuikerspiegel snel kan veranderen.
Wanneer u patiënten leert om na de maaltijd op de onderarm te testen, vraag hen dan om tegelijk ook te testen met bloed uit de vinger. Zo kunnen ze nagaan hoe groot de verschillen tussen beide testplaatsen zijn.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Waarom geven tests op de onderarm en op de vingertoppen een ander resultaat?
De glucoseconcentraties in het lichaam variëren naargelang van de snelheid waarmee de verschillende lichaamsweefsels de glucose verbruiken. Het glucoseverbruik wordt beïnvloed door de aanwezige hoeveelheid spier- en vetweefsel in bepaalde delen van het lichaam, de spieractiviteit en de verschillen in doorbloeding. Het is niet duidelijk welke bloedsuikerresultaten (d.w.z. van welke testplaats) fysiologisch het meest relevant zijn voor de behandeling van diabetes. Indien u echter een verschil van meer dan 20% vaststelt tussen de resultaten van de onderarm en de vinger, dan moet u zich op de vingerwaarde baseren. Doorgaans is dat de plaats die werd gebruikt om de medicatiedosis te bepalen.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Hoeveel bedraagt het procentuele verschil tussen het resultaat van een test op de onderarm en het resultaat van een test op de vingertoppen?
Als u vóór de maaltijden test of twee uur of meer na de maaltijden, zouden de resultaten van beide tests minder dan 20% moeten verschillen.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Wat als u een verschil van meer dan 20% vaststelt tussen het resultaat van een test op de onderarm en het resultaat van een vingertest?
Om de resultaten op basis van een bloedmonster uit de onderarm te kunnen vergelijken met die op basis van een bloedmonster uit de vingertoppen, moet u bij de tests nuchter zijn of mag u de voorgaande twee tot drie uur niets hebben gegeten.
Blijkt er na tests op een geschikt tijdstip een groot verschil (> 20%) te zijn tussen de arm en de vinger, dan moet u voor alle behandelingsbeslissingen de vingertest gebruiken tot de reden voor de verschillen kan worden achterhaald en verholpen. Ga met behulp van de controlevloeistof na of het systeem correct werkt. Vergelijk later nog eens opnieuw een test op de onderarm of de vinger om na te gaan of het verschil nog steeds hetzelfde is. Eén vergelijking tussen de onderarm of de vinger is te weinig om te beoordelen of een armtest al dan niet geslaagd is.
In bepaalde omstandigheden kan het resultaat op basis van een bloedmonster uit de arm sterk verschillen van het resultaat op basis van een bloedmonster uit de vinger.
De kans op verschillen tussen de bloedsuikerresultaten op basis van bloed uit de arm en uit de vinger is het grootst op momenten waarop de bloedsuikerspiegel snel verandert, zoals gedurende de twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning.
Wanneer de bloedsuikerspiegel daalt, kan een test op de vinger sneller een hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel) opsporen dan een test op de arm.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Welk resultaat moet ik gebruiken om de medicatiedosis te berekenen als er een verschil is tussen het resultaat van de onderarm en dat van de vingertoppen?
Als er een verschil is tussen het resultaat van de onderarm en dat van de vingertoppen, moet u de patiënt aanraden om het resultaat op basis van de vingerprik te gebruiken.
- In bepaalde omstandigheden kan het resultaat op basis van een bloedmonster uit de arm sterk verschillen van het resultaat op basis van een bloedmonster uit de vinger.
- De kans op verschillen is het grootst op momenten waarop de bloedsuikerspiegel snel verandert, zoals gedurende de twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning.
- Wanneer de bloedsuikerspiegel daalt, kan een test op de vinger sneller een hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel) opsporen dan een test op de arm.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Kan de grootte van het bloedmonster het resultaat beïnvloeden?
Ja, de grootte van het bloedmonster kan het resultaat beïnvloeden. De patiënt moet altijd de instructies uit de handleiding volgen in verband met het aanbrengen van bloed op de teststrip. Hij moet er ook voor zorgen dat het bloedmonster het controlevenster van de OneTouch® Ultra® of OneTouch® Vita® teststrip volledig vult.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Kunnen bepaalde geneesmiddelen of medische aandoeningen de resultaten van de tests op de onderarm beïnvloeden, terwijl dit niet het geval is bij tests op de vingertoppen?
Afgezien van de fysiologische verschillen in de manier waarop verschillende delen van het lichaam op maaltijden, insulinedosissen en lichamelijke inspanning reageren, zijn ons geen aandoeningen of geneesmiddelen bekend die de armresultaten anders zouden beïnvloeden dan de vingerresultaten.
Bepaalde omstandigheden, zoals abnormale hematocrietwaarden of problemen met de bloedsomloop, kunnen de bloedsuikerresultaten wel beïnvloeden, ongeacht de testplaats.
U doet er goed aan tegelijkertijd een test op de onderarm en een vingertest uit te voeren om na te gaan of de verschillen tussen de testplaatsen groot zijn.
In bepaalde omstandigheden kan het resultaat op basis van een bloedmonster uit de arm sterk verschillen van het resultaat op basis van een bloedmonster uit de vinger.
De kans op verschillen is het grootst op momenten waarop de bloedsuikerspiegel snel verandert, zoals gedurende de twee uur na een maaltijd, een insulinedosis of een lichamelijke inspanning.
Wanneer de bloedsuikerspiegel daalt, kan een test op de vinger sneller een hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel) opsporen dan een test op de arm.
Wanneer u patiënten leert om na de maaltijd op de onderarm te testen, vraag hen dan om tegelijk ook te testen met bloed uit de vinger. Zo kunt u nagaan hoe groot de verschillen tussen de verschillende testplaatsen zijn.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Is een nuchtere test vereist om het resultaat van een bloedsuikertest door het labo te kunnen vergelijken met het resultaat van een bloedglucosemeter op basis van een bloedmonster uit de onderarm?
Om de vingerresultaten (bloed uit haarvaten) te kunnen vergelijken met een veneuze laboratoriumwaarde, moeten de bloedmonsters op hetzelfde tijdstip worden genomen terwijl de patiënt nuchter is.
Bij de vergelijking van laboratoriumresultaten met het resultaat van een test op de onderarm met een bloedglucosemeter is het raadzaam om de voorafgaande vier uur niets te eten.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Kan ik het resultaat op basis van een bloedmonster uit de onderarm vergelijken met het resultaat van een andere meter op basis van een bloedmonster uit de onderarm of vingertop?
Het is niet raadzaam om de nauwkeurigheid van een meter te controleren door de resultaten van twee verschillende meters met elkaar te vergelijken. Geen van beide toestellen kan namelijk als een echte referentiewaarde worden beschouwd. We raden aan om rechtstreeks te vergelijken tussen een laboratoriumtest en een bloedsuikertest op basis van een monster uit de onderarm of de vinger met behulp van de meter die u het meest gebruikt.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Kunnen problemen met de bloedsomloop de resultaten beïnvloeden?
Ja, bloedsomloopproblemen kunnen de resultaten beïnvloeden, zowel bij een test op de arm als bij een vingertest. Lees de handleiding voor meer informatie over de voorzorgsmaatregelen bij de tests en de beperkingen van de tests. Zoals in de bijsluiter bij de OneTouch® meters vermeld staat, kunnen de resultaten 'vals' laag zijn indien u sterk gedehydrateerd bent, een erg lage bloeddruk hebt, in shock bent of in een hyperosmolaire toestand verkeert (met of zonder ketoacidose). Ernstig zieke patiënten mogen niet met een bloedglucosemeter worden getest.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen
Kan de hematocrietwaarde de resultaten beïnvloeden?
De hematocrietwaarden kunnen de resultaten beïnvloeden, zowel bij een test op de arm als bij een test op de vinger. Hematocrietwaarden van minder dan 30% kunnen 'valse' hoge waarden veroorzaken, en hematocrietwaarden van meer dan 55% kunnen 'valse' lage waarden opleveren. Als de consument zijn hematocrietwaarde niet kent, moet hij zijn arts raadplegen. De hematocrietwaarden kunnen worden beïnvloed door te veel knijpen bij het voorbereiden van de testplaats.
Lees de handleiding, de verkorte handleiding of de bekijk de instructiefilmpjes voor testtechnieken. Voor meer informatie kunt u ook terecht bij de medewerkers van de OneTouch® lijn op het gratis nummer: 0800 - 022 24 45 of per mail naar service@onetouch.nl.
Terugkeren naar de veelgestelde vragen