De verschillende soorten insuline moeten op een andere manier worden bewaard. Lees dus altijd de bijsluiter die bij uw insuline zit. Onderstaande tips vormen een goede algemene handleiding om uw insuline veilig te bewaren.
- Controleer vóór het gebruik altijd de vervaldag op de insulineflacon of -ampul.
- Het injecteren van koude insuline kan onaangenaam zijn. Bewaar de insuline die u gebruikt dus altijd op kamertemperatuur. Over het algemeen kunt u insuline tot vier weken veilig bewaren op kamertemperatuur.
- Bewaar uw insulinevoorraad in de koelkast op 4-8°C.
- Leg uw insuline niet te dicht bij het vriesvak: insuline is niet bestand tegen temperaturen onder 2°C.
- Stel insuline niet bloot aan sterk licht of warmte, zoals de zon op uw wagen of de hitte van een sauna. Insuline verliest haar werkzaamheid wanneer zij wordt bewaard bij temperaturen boven 25-30°C.
- Bevindt u zich in een warm klimaat zonder koelkast, hou uw insuline dan koel in een thermoskan of wikkel ze in een koude, vochtige handdoek.
- Gebruik nooit insuline die verkleurd is, een flacon met aanslag aan de binnenkant, of insuline die er troebel uitziet en normaal gezien helder moet zijn.