OneTouch®
Creating a world without limits

Hoe insuline toedienen

Het is normaal dat u bang bent om uzelf een injectie toe te dienen, vooral wanneer de insulinebehandeling nog helemaal nieuw is voor u. Uw angst is wellicht deels een 'angst voor het onbekende', omdat u niet goed weet wat u te wachten staat. U zult al gauw merken dat u went aan uw nieuwe behandeling, dat ze deel gaat uitmaken van uw leven en dat ze uw dagelijkse routine nauwelijks verstoort. Uw diabetesteam zal u begeleiden en leren hoe u de insuline gebruikt. Zelf zult u tal van manieren ontdekken om de injecties minder pijnlijk te maken, zodat u er zo weinig mogelijk last van ondervindt.

Zijn de insuline-injecties nieuw voor u, vraag uw diabetesteam dan om u te tonen hoe het moet. De volgende tien stappen voor het toedienen van insuline vormen een goede leidraad. Van uw medisch team krijgt u waarschijnlijk vergelijkbare richtlijnen.

1. U moet de huid niet ontsmetten, maar een goede hygiëne is belangrijk. Was dus uw handen vóór de injectie.

2. Spuit een klein beetje insuline in de lucht, zodat u zeker bent dat de naald gevuld is met insuline.

3. Kreeg u de raad om de 'huidplooitechniek' te gebruiken, trek de huid dan omhoog tussen uw duim en wijsvinger.

4. Zorg ervoor dat de naald op de juiste manier is gedraaid, met het scherpe uiteinde in de richting van de huid en de naaldopening naar boven gericht.

5. Hou de naald onder een hoek van 90° tegenover het huidoppervlak.

6. Hou de huidplooi vast en injecteer de insuline.

7. Gebruikt u een insulinepen, tel dan traag tot 10 om te voorkomen dat er insuline uit de naald lekt. Als u een injectienaald gebruikt, hoeft u slechts enkele seconden te wachten.

8. Trek de naald terug.

9. Laat de huidplooi los.

10. Gooi de naald weg in een afvalbak voor scherpe voorwerpen.

Emailadres van uw vriend?


Uw emailadres:
Uw naam:


Dit artikel kreeg score
op basis van 14 stemmen.

Wat is uw score?